De in de volgende bladzijden beschreven mikroskopisch onderzochte gesteenten werden door den mijn-ingenieur J. A. Hooze in de jaren 1883 tot 1888 bij zijne geologische op-nemingen in het zuiden van Borneo verzameld.
Als ich in den Jahren 1912-1915 mit der Bearbeitung der Echi nodermen beschäftigt war, die Prof. Dr. G. A. F. MOLESGRAAFF, unterstützt von Dr. H. A. BROUWER und F. A. H. WECKHERLIN DE MAREZ OYENS 1910-1912, und ich selbst auf zwei Reisen, 1900 und 1911, auf der letzten unter Mithilfe von Dr. O. A. WELTEn and Dr. C. A. HANIEL in den permischen Schichten von Timor gesammelt hatten, ergab sich e…
In afwijking van vorige jaren loopt dit Jaarboek over een tijdvak van anderhalf jaar, nl. van 1 Juli 1907 t/m ult. December 1908. Hiertoe is besloten teneinde in den vervolge een duidelijk beeld der werkzaamheden van den dienst van het Mijnwezen te kunnen geven over volle kalenderjaren.
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is wijziging te brengen in de thans ingevolge de Indische Mijnwet (Nederlandsch Staatsblad 1899 No. 124 en 1910 No. 293, Indisch Staatsblad 1899 No. 214 en 1910 No. 588) aan de ontdekking in den zin dier wet van sommige delfstoffen verbonden gevolgen, zoomede door wijziging van die wet de mogelijkheid te openen om terreinen of streken …
Op ultimo December 1916 bestond de actieve sterkte van het korps mijningenieurs uit den Chef van het Mijnwezen, 2 Hoofd-ingenieurs en 30 ingenieurs in vasten dienst, terwijl bovendien 21 ingenieurs en 9 geologen ter beschikking van den Departe-mentschef waren gesteld en 5 ingenieurs met verlof in het buitenland vertoefden. Op ultimo December 1916 waren, voor zoover bekend, 6 jonge-lieden, ge…
Het tijdschrift, waarvan hier de 50ste jaargang verschijnt, en dat zich in die jaren bij de geologen en mijnbouwkundigen der ge-heele wereld een gunstigen naam heeft verworven, verscheen voor het eerst te Amsterdam in Augustus 1872, onder redactie van den Oud-Hoofdingenieur, Chef van het Mijnwezen, P. H. VAN DIEST, die in zijn „Voorwoord" bij deel 1 1872 ook de redenen opgaf, waarom tot de ui…
In 1931 vorderde de geologische opname in de Residentie Palembang tot cene lijn, die ongeveer van den granietheuvel Boekit Batoe bij Palembang over Praboemoelih en Lahat naar Pageralam getrokken kan worden. Binnen dit gebied is een deel van het bergland ten Zuiden van Pageralam en Soegihwaras nog niet in kaart gebracht. Ten Noorden van de genoemde lijn werd de omgeving van den granietheuvel Boe…
In het afgeloopen jaar bleven de terreinwerkzaamheden tot het zuidelijk gedeelte der Lampoengsche Distrieten beperkt. Hierbij is gebleken, dat de beschrijving van dit gebied in de bestaande literatuur zeer weinig met de werkelijkheid overeenkomt. Om de verhoudingen van de verschillende nieuwe formaties goed te leeren kennen, werd in enkele terreinen meer opnamewerk gedaan, dan voor eene kaart o…
Blad XIII omvat West Nieuw Guinee met de groote schiereilanden „De Vogelkop" en Bomberai, en cene reeks eilanden, die het groote eiland aan alle kanten omzoomen. Ten Noorden zijn de voornaamste: de Japen-groep, de Schouten-eilanden, Noemfor, de eilanden in de Geelvink-bani en de Mapia-groep. Aan den westrand der kaart komen deelen van Salawati en Waigeo en voorts de Ajoeeilanden voor. De zuid…