In afwijking van vorige jaren loopt dit Jaarboek over een tijdvak van anderhalf jaar, nl. van 1 Juli 1907 t/m ult. December 1908. Hiertoe is besloten teneinde in den vervolge een duidelijk beeld der werkzaamheden van den dienst van het Mijnwezen te kunnen geven over volle kalenderjaren.